Huisvesting voor seizoenspersoneel regel je meestal onder tijdsdruk: de oogst of drukke periode staat vast, en de medewerkers moeten op tijd een veilig bed hebben. Toch gelden voor een verblijf van een paar maanden grotendeels dezelfde regels als voor langer wonen. Daarnaast verandert er veel. In de zomer van 2026 lag een wetsvoorstel in consultatie dat short stay wil beperken tot 30 dagen, en ook de inhouding van huisvestingskosten op het minimumloon moet volgens het kabinet verdwijnen. In dit artikel beantwoorden we de vragen die werkgevers en uitzendbureaus het vaakst hebben over huisvesting van seizoenspersoneel: welke regels gelden, welk huurcontract past en wat je vóór het seizoen moet regelen.
Welke regels gelden voor huisvesting van seizoenspersoneel?
Er is geen aparte wet voor seizoenshuisvesting. Je krijgt te maken met gemeentelijke regels, kwaliteitseisen, huurrecht en registratieplichten. Hieronder de belangrijkste per onderwerp.
Mag er op deze locatie gewoond worden?
Het pand moet volgens het omgevingsplan een woon- of logiesfunctie hebben. Is dat niet zo, dan kun je een (tijdelijke) omgevingsvergunning aanvragen. Ook voor verplaatsbare units is meestal een omgevingsvergunning nodig. Gemeenten kunnen bovendien regels stellen over het aantal bewoners per gebied en per woning, en sommige eisen een exploitatievergunning. Zie de uitleg op Ondernemersplein. Vraag dit dus altijd na bij de gemeente voordat je een locatie vastlegt.
Aan welke kwaliteitseisen moet de woning voldoen?
De twee keurmerken zijn SNF en AKF. Sinds 1 januari 2026 geldt bij AKF 15 m² per persoon. Bij SNF geldt sinds 1 oktober 2026 voor nieuwe locaties en nieuw geregistreerde organisaties minimaal 15 m² per bewoner, met in principe één persoon per slaapkamer. Bestaande locaties van al geregistreerde organisaties houden de huidige eisen. Let ook op de brandveiligheid: lees daarover ons artikel over brandveiligheid in de verhuurwoning.
Wie registreert wie er verblijft?
Volgens de Werkgeverslijn land- en tuinbouw moet de werkgever bijhouden wie er verblijft, bijvoorbeeld met een nachtregister. Blijft iemand korter dan vier maanden, dan is inschrijving in de RNI aan de orde als een BSN nodig is. Bij een verblijf van meer dan vier maanden volgt inschrijving in de BRP van de woongemeente binnen vijf dagen na aankomst. Meer hierover lees je in ons artikel over BRP-inschrijving van internationale medewerkers.
Welk huurcontract past bij seizoenswerk?
Dit is de lastigste vraag, omdat het huidige recht en de plannen uit elkaar lopen. Sinds de Wet vaste huurcontracten (1 juli 2024) is een huurcontract voor onbepaalde tijd de norm, in principe ook voor seizoenwerkers, meldt de Werkgeverslijn. Tijdelijke contracten zijn maar beperkt mogelijk. Sinds de Wet goed verhuurderschap moet het huurcontract bovendien los staan van de arbeidsovereenkomst, en moet de huurder informatie krijgen in een taal die hij begrijpt.
Op 2 juli 2026 startte de internetconsultatie over het wetsvoorstel passende huurcontracten, die liep tot en met 28 augustus 2026. Het voorstel bevat onder meer:
- Short stay maximaal 30 dagen. Nu is er geen vaste maximumtermijn. Huurders hebben bij short stay geen huurbescherming.
- Tijdelijk huurcontract voor internationale medewerkers. Maximaal 2 jaar en met huurbescherming, alleen als de woning aan kwaliteitseisen voldoet.
- Eigen slaapkamer. Elke bewoner krijgt onder meer een eigen slaapkamer van minimaal 5,5 m².
Dit is nog geen wet. De invoering is beoogd per 1 juli 2028, maar de inhoud kan nog veranderen. LTO Nederland vroeg in zijn consultatiereactie van 27 augustus 2026 om een aparte oplossing voor seizoenswerk, omdat 30 nachten volgens de organisatie te kort is en seizoensarbeid meestal twee tot zes maanden duurt. Of die vraag wordt overgenomen, is nog niet bekend.
Twijfel je over een contractvorm? Laat die dan beoordelen door een huurrechtjurist voordat je tekent.
Wat kost het, en wat mag je inhouden?
Op het minimumloon mag je nu onder voorwaarden huisvestingskosten inhouden. Volgens de Werkgeverslijn is dat binnen de agrarische cao’s maximaal 20% van het minimumloon, bij een AKF- of SNF-gecertificeerde woning, een aparte huurovereenkomst en schriftelijke toestemming van de werknemer. Buiten de agrarische sector is het maximum 25%. Minister Vijlbrief kondigde op 10 september 2026 aan dat deze inhouding per 1 juli 2028 verdwijnt. Dat is nog een voornemen, maar houd er in je begroting vanaf 2028 wel rekening mee.
Vergeet ook de toeristenbelasting niet: een RNI-inschrijving geldt niet als inschrijving als inwoner, dus bij alleen RNI kan deze belasting verschuldigd zijn. Gemeenten bepalen zelf of ze heffen en tegen welk tarief.
Checklist vóór het seizoen begint
- Bij de gemeente nagevraagd: functie van het pand, maximaal aantal bewoners, eventuele vergunning.
- Keurmerk gecontroleerd in het SNF- of AKF-register.
- Aparte schriftelijke huurovereenkomst en informatie in een begrijpelijke taal.
- Huisregels met bedrag en maximum van eventuele boetes.
- Bewonersregistratie ingericht, inschrijving RNI of BRP gepland.
- Afspraken vastgelegd over tussentijds vertrek, huur en opzegtermijn.
- Toeristenbelasting nagevraagd bij de gemeente.
Veelgestelde vragen over huisvesting seizoenspersoneel
Is een SNF- of AKF-keurmerk verplicht?
Niet in iedere situatie. Gemeenten kunnen certificering niet wettelijk verplichten, maar gebruiken de keurmerken soms als leidraad. Een keurmerk neemt gemeentelijke regels of een vergunningplicht niet weg. Wil je huisvestingskosten inhouden op het minimumloon, dan is certificering wel een voorwaarde.
Mag ik voor een seizoen van drie maanden een short-staycontract gebruiken?
Dat hangt af van de situatie. Er geldt nu geen vaste maximumtermijn, maar de verhuur moet naar haar aard van korte duur zijn. De werkelijke duur is daarbij slechts een aanwijzing. Het wetsvoorstel wil de grens op 30 dagen leggen. Ga er dus niet zomaar van uit dat een short-staycontract standhoudt en laat dit juridisch toetsen.
Moet een seizoensmedewerker zich inschrijven bij de gemeente?
Bij een verblijf langer dan vier maanden wel: dan volgt inschrijving in de BRP binnen vijf dagen na aankomst. Bij een korter verblijf is RNI-inschrijving niet verplicht, maar wel nodig voor een BSN. Gemeenten kunnen strengere regels hanteren, dus informeer altijd lokaal.
Huisvesting voor terugkerend personeel goed regelen
Heb je elk jaar opnieuw internationale medewerkers nodig? Dan is het vaak prettiger om niet ieder seizoen opnieuw te zoeken. Huisvestingspartner verhuurt aan zakelijke partijen, met een minimale huurperiode van 1 jaar. Daarmee passen we vooral bij werkgevers en uitzendbureaus met een structurele of jaarlijks terugkerende behoefte, niet bij verblijf voor een paar weken. Je krijgt volledig ingerichte woningen met individuele slaapkamers, één accountmanager en 24/7 support. Zo ben je minder afhankelijk van losse oplossingen, zoals we ook beschrijven in ons stappenplan voor huisvesting uitbesteden.
Bekijk voor wie we werken, het actuele woningaanbod of de veelgestelde vragen. Wil je je situatie bespreken? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.
